Proctorio Gerechtvaardigd?

Proctorio is een online surveillance programma dat, in tijden van corona, onverwachts verplicht is gesteld bij tentaminering van bepaalde vakken. Dit programma vereist dat studenten hun webcam en microfoon moeten aanzetten tijdens het maken van tentamens en zij zich in een ruimte moeten bevinden die de docent én het programma niet als verdacht worden gezien. Onder studenten heersen grote bezwaren tegen het gebruik van dit programma; zo is een petitie tegen het gebruik van Proctoring op de Universiteit Tilburg ongeveer 5.000 keer ondertekend, en sinds de versoepeling van de coronamaatregelen heeft TU/e voor maximaal 50 studenten die bezwaren hebben de mogelijkheid gecreëerd om op de campus hun tentamen af te leggen. Door veel studenten wordt het gebruik van proctoring als een grote controle zucht in hun privésfeer ervaren. Maar is het gebruik - naar inzicht van SSBB - gerechtvaardigd, worden er concrete belangen geschonden en kan er iets tegen het gebruik gedaan worden? De stichting deelt graag haar standpunt hierin mee.


Subsidiariteitsbeginsel & Belangenafweging

Voor scholen en universiteiten geldt het subsidiariteitsbeginsel, en dit houdt in dat zij de minst bezwarende maatregelen moet opleggen om hun doel te verwezenlijken. In geval van het kiezen van een toetsvorm moet dus een alternatief gekozen worden die (I) de kwaliteit van het onderwijs kan garanderen en (II) die zo min mogelijk inbreuken maakt op de rechten van een student. In tijden van corona zijn deze rechten in het bijzonder: het waarborgen van de student zijn privacy, het verkrijgen van kwalitatief onderwijs en de studie tijdig kunnen afronden. Het zijn echter rechten die een student ook kan afstaan (zolang hijzelf zijn toestemming daarvoor geeft!), en in dit geval wordt door onderwijsinstellingen een inperking op privacy als het lichtst gezien. Proctorio is als programma op zichzelf niet in strijd met de openbare orde en goede zeden; het is immers een elektronisch communicatiemiddel zoals Skype of Zoom. Een onderwijsinstelling mag dus wel kiezen voor het gebruik van Proctoring, maar er moet wel blijken dat de instelling heeft gekeken naar alternatieven waarbij bovengenoemde rechten en plichten zoveel mogelijk worden gewaarborgd.


Dat deze belangenafweging moet worden gemaakt wordt ook erkend door instellingen, en de VU heeft bijvoorbeeld uitdrukkelijk naar hun studenten gestuurd dat Proctorio alleen gebruikt wordt als er geen alternatieven zijn. Echter laten onderwijsinstellingen meestal niet openlijk merken hoe deze belangenafweging is gemaakt en of deze überhaupt is gemaakt, en de besluitvorming is meestal niet zomaar te achterhalen. Het zou vertrouwen wekken als inzicht gegeven kon worden hoe de beslissing tot het gebruik van Proctoring tot stand is gekomen, en waarom dit de lichtst mogelijke manier van examinering is. Vertrouwen dat nodig is om iemand in diens privésfeer toe te laten.




Wordt er écht een belang geschonden?

Het meest bekende tegenargument tegen het gebruik van Proctorio is dat het een inbreuk op de privacy maakt. Maar wat houdt de inbreuk op privacy in dit geval in, en wordt er echt een belang geschonden? Voldoende belang hebben is immers nodig voor het toekomen van een rechtsvordering (art. 3:303 BW). Zelf moet ik erkennen dat er studenten zijn die het argument 'inbreuk op privacy' belangeloos laten overkomen, en toevallig zijn dat meestal ook dezelfde die openlijk via WhatsApp-groepen communiceren over hoe je een online tentamen kan frauderen. Redenen voor het hebben van voldoende belang zijn er echter wel, en hieronder wordt enkel ingegaan op (i) vernedering en (ii) de precedent die wordt gezet waarvoor een gerechtvaardigde angst bestaat.


1. Vernedering

Opmerkelijk van het gebruik van Proctoring is dat een zogenoemde 'Room Scan' gemaakt moet worden, en als dit verplicht wordt kan dit gezien worden als een inbreuk op de privésfeer. Het verplicht toelaten van iemand in diens privésfeer kan door sommigen ervaren worden als een vernedering. Hiertegen vermoed ik al dat direct gesteld wordt dat er alleen toezicht gehouden wordt op de student zelf en niet de privésfeer, en hij daarom ergens anders dan thuis een tentamen moet afleggen. Maar in tijden van het coronavirus is dat niet aan te raden en wellicht niet te doen: het RIVM heeft namelijk landelijk geadviseerd zo min mogelijk het huis te verlaten om verspreiding van het virus te beperken en sommigen hebben nog de praktische onmogelijkheid om een andere werkplek te kunnen vinden, of dat zij een werkplek moeten creëren waarbij alles is afgeschermd. Kortom kan gesteld worden dat een student veel inspanningen moet leveren om vernedering te voorkomen, terwijl deze inspanningen wellicht onnodig of onmogelijk zijn.


Voor sommigen is hun thuis of kamer een plek, al dan niet hun enige plek, waar zij zich veilig en vertrouwd voelen. Het verplichten om iemand toe te laten in deze sfeer kan wellicht afbreuk doen op diens veilige gevoel, zeker wanneer diegene iemand moet toelaten die hij/zij wantrouwt. Een docent zal in principe alleen op de persoon letten, maar hij kan niet ontkennen dat de student in zijn privésfeer zit. Het blijft een mogelijkheid voor de toezichthouder om de privésfeer waar te nemen, en het idee dat iemand wellicht een mening vormt over de persoonlijke levenssfeer kan psychische invloed hebben. Zeker als deze waarnemingen ertoe kunnen bijdragen dat de docent een bepaald beeld kan vormen over de student zijn persona, en dat kan weer andere gevolgen en vooringenomenheid teweeg brengen. Gevolgen van deze inbreuken zullen wellicht 1 op de 10.000 daadwerkelijk kenbaar zijn, maar of zij kenbaar zullen zijn of niet, dienen deze gevolgen niet voorkomen te worden? Er kan niet verwacht worden van de maatschappij dat iedereen dezelfde psychische weerstand heeft.


Er zullen ongetwijfeld studenten zijn die geen vernedering ervaren en geen probleem hebben hun camera aan te zetten voor vreemden. Maar wanneer een inbreukmakend programma onnodig verplicht wordt gesteld is de stichting van mening dat het beschermen van de privésfeer van de sensitievere meer bescherming verdiend. En omdat niet bepaald kan worden wie er tot deze (stille) groep behoort, verdienen mensen het voordeel van de twijfel, waardoor deze bescherming onvoorwaardelijk is.



2. Gevreesde Precedent

Dan dient er nog een opmerking gemaakt te worden over de precedent die wordt gezet, die ook abstract over algemene privacy inbreuken gezegd dient te worden. Een inbreuk op de privésfeer verplichten ter voorkoming van fraude zonder toestemming van de student die eenmaal aan zijn studie is begonnen - en in zijn voortgang dus afhankelijk is van de toetsvorm, terwijl er een minder ingrijpende toetsvorm in hetzelfde collegejaar mogelijk is - zet de precedent dat studenten hun privacy niet zeker zijn. De enige grond om proctoring ondanks de alternatieven toe te laten is wegens efficiëntie en omdat een grote groep geen actie tegen die inbreuk maakt (meer in burgerlijke taal: “Dus omdat een menigte er geen probleem mee heeft moet jij dat dus ook”).


Het zet een vorm van salamipolitiek die moet worden toegelaten. Ter illustratie: één grote inbreuk op privacy wordt niet gedoogd, maar met kleine stappen een inbreuk maken mag dus kennelijk wel. En deze kleine stappen kunnen op een gegeven moment ertoe leiden dat hetzelfde resultaat ontstaat als dat met een grote stap gedaan zou zijn. Maar deze kleine stappen zetten een nieuwe (tussentijdse) norm, en vanaf deze norm ‘mag’ weer een kleine inbreuk worden gemaakt; het werkt als een spiraal.


En hoe reëel is deze salamipolitiek in het gebruik van Proctorio? Proctoring is niet feilloos in het voorkomen van fraude. Zo moet bijvoorbeeld de student zijn legitimatiebewijs scannen, en het programma ‘herkent’ dit document automatisch. Maar kennelijk ziet het programma een pakje zelfklevende memo’s aan voor een identiteitsdocument, laat staan dat het het verschil herkent tussen een echt en een namaak ID. Op dit gebied zou het dus reëel zijn te verwachten dat daaromtrent aanpassingen zullen worden doorgevoerd. Welke maatregelen zullen nog meer genomen worden onder het mom van fraudepreventie? Niemand had het gebruik van Proctorio in 2020 voorzien toen zij startten met de studie, en het is reëel dat andere maatregelen eveneens onvoorzienbaar zijn. Daarom moet er een duidelijke grens getrokken worden tot waar iemands privacy gewaarborgd moet worden. Deze grens is er, namelijk dat niemand zomaar zonder toestemming een inbreuk mag maken op een ander zijn privésfeer, maar deze wordt nu kennelijk alweer onder druk gezet en opgeofferd en derhalve is de student zijn privacy niet zeker.


Maatregelen nemen tegen Proctorio

Kan een individuele student iets doen tegen ongerechtvaardigd inzet van Proctorio? Het meest hoffelijk: een student kan een verzoek indienen of hij/zij het tentamen in een andere vorm of setting mag afleggen. In het examenreglement (OER) hoort uiteengezet te zijn bij wie dit verzoek moet worden ingediend en doorgaans is dit de examencommissie. On-campus tentamens, bijvoorbeeld, zijn nu kennelijk beperkt mogelijk sinds de versoepeling van de coronamaatregelen en persoonlijk zou ik dit alternatief allereerst aandragen. Wanneer dit verzoek afgewezen wordt kan beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor de Examens (CBE) en wellicht slaagt een naaste verzoek om een voorlopige voorziening bij dit college: dit verzoek kan ertoe leiden dat het college binnen enkele dagen al besluit dat proctoring ongerechtvaardigd wordt ingezet en het kan dan al het besluit van de school/universiteit vernietigen.


Conclusie

Al met al kan gesteld worden dat toetsing door middel van proctoring wel aangeboden mag worden als alternatief. Maar om te kunnen stellen dat dit de enige manier van toetsing is om de onderwijskwaliteit en de rechten van studenten te waarborgen, moet wel blijken dat alternatieven zijn overwogen en dat blijkt dat deze alternatieven andere rechten van studenten en/of de onderwijskwaliteit niet kan waarborgen. Indien er alternatieven mogelijk zijn, maar proctoring desondanks doorgedrukt wordt is er een reële angst dat ook andere vormen van privacy inbreuken toegelaten moet worden en dat een student verplicht wordt een bepaalde vorm van vernedering te doorstaan; vernedering die wellicht meer invloed heeft dan verwacht wordt en waar het al dan niet kunnen doorstaan daarvan, niets zegt over diens leervermogen.




KvK-nummer: 78225795

Statuten

Reglement

E-mail: a.jasper@studentenbezwaar.nl

Beschikbaar in heel Nederland

STEUNVERZOEK: Om zoveel mogelijk studentenbelangen te behartigen is de dienstverlening van de stichting gratis en de hoop is dat dit stand kan houden. Echter heeft de stichting wel enige onderhoudskosten voor zich liggen, en daarom is zij toch genoodzaakt een vrijwillige(!)  donatie te vragen, waarvoor u met de stichting contact kunt opnemen. Een andere vorm van steun voor de stichting zou een publieke recensie zijn, zodat de dienst kwaliteit verbeterd kan worden en de stichting haar werkwijze transparanter wordt.