Mensenrechtencollege: Toelatingsbeleid VU Discrimineert

Het College voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat de Vrije Universiteit illegaal gediscrimineerd heeft jegens mij. Algemeen: cijferlijsten als criterium gebruiken om te bepalen wie wel en niet toegelaten kan worden, zonder de mogelijkheid om met persoonlijke omstandigheden rekening te houden, leidt tot indirecte discriminatie!!


Discriminatie

In januari 2020 nam ik deel aan de selectie van de opleiding criminologie waar jaarlijks 130 kandidaten toegelaten kunnen worden. Van de meer dan 500 kandidaten scoorde ik 14e hoogste op de selectietoets, maar ik werd desondanks niet toegelaten i.v.m. mijn relatief lage middelbare schoolcijfers. Daarbij weigerde de VU expliciet om in acht te nemen dat mijn dyslexie vroeger niet erkend was, wat mijn schoolcijfers heeft beïnvloed. Dit is een handicap in de zin van WGB en hier geen rekening mee houden leidt tot discriminatie. Ook acht het mensenrechtencollege geen rechtvaardiging aanwezig om geen rekening met mijn achtergrond te houden. Sterker nog, het college acht het toelatingscriterium - het 50% waarde hechten aan vooropleiding cijfers - disproportioneel en niet noodzakelijk. Daarom is indirect verboden onderscheid geoordeeld.


Let wel: de vraag blijft of elk vooropleidingscijfer tot verboden onderscheid leidt. In mijn geval werd mijn volledige cijfergemiddelde van de middelbare school gebruikt om “studiesucces” in te schatten. Dat rapport is divers aan vakken en niet relevant voor de studie. Maar als bijvoorbeeld het cijfergemiddelde van het vak biologie voor de opleiding geneeskunde onvoorwaardelijk wordt meegewogen dan kan ik mij indenken dat dit geen verboden onderscheid is omdat die weging wel proportioneel & noodzakelijk is. Al is dat nog niet in rechte getoetst zover ik weet.


Beleid wordt nu toegepast

In de vroege lente worden weer duizenden kandidaten geselecteerd die te maken krijgen met het criterium dat alle vooropleidingcijfers weegt. Niet alleen op de VU, maar op diverse opleidingen in Nederland komt dit voor. Nu was in mijn geval geoordeeld dat het verboden onderscheid gerelateerd is aan een handicap, maar ik kan verschillende belastende achtergronden bedenken die schoolcijfers beïnvloeden waardoor iemand benadeeld of onmogelijk in de selectie staat. Denk aan het gehad hebben van een depressie of het hebben van een migratie achtergrond.


Dien bezwaar in als je in aanraking komt met dit selectiecriterium!! Hoe meer procedures, des te waarschijnlijker dat dit discriminerende systeem geschrapt wordt. Een gegrond bezwaar biedt jou zelfs een toelatingsbewijs.


Oordeel 2021-33 toegelicht

Het oordeel van het mensenrechtencollege is onder zaaknummer 2021-33 gepubliceerd op de website van het college: https://mensenrechten.nl/nl/oordeel/2021-33.


In een discriminatie zaak wordt algemeen gesproken de volgende systematiek toegepast: verzoeker moet aantonen dat direct of indirect discriminatie heeft plaatsgevonden. Veelal is directe discriminatie verboden. Indirecte discriminatie kan dat ook zijn, al kunnen daarvoor meer rechtvaardigingen bestaan. Als indirecte discriminatie is geoordeeld, dan is het aan verweerster om aan te tonen dat zij een legitiem doel heeft. Daarbij moeten de middelen die toegepast worden om dat doel te bereiken geschikt, proportioneel en noodzakelijk zijn. Kan zij dit niet aantonen, dan is het indirecte onderscheid evenmin verboden als er een wet bestaat dat het onderscheid niet verboden verklaart. Bestaat die wet niet, dan is het onderscheid verboden.



Hier zijn mijns inziens de belangrijkste overwegingen van het college:

  • "Het College is van oordeel dat verweerster door de weigering om een uitzondering te maken op (de weging van een van) haar selectiecriteria, of op enige wijze rekening te houden met de achtergrond van een van de twee testresultaten (te weten: de VWO cijferlijst), indirect onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte jegens verzoeker maakt" (R.o. 6.5).

De Vrije Universiteit noemde drie doelen. Een van die doelen is het 'naleven van de wet', wat in casu niet als legitiem werd beschouwd:

  • "Verweerster heeft [...] niet aannemelijk gemaakt dat uit artikel 7.53 WHW of uit een andere wettelijke bepaling voortvloeit dat verweerster op geen enkele manier rekening mag of kan houden, bij de toepassing van deze selectiecriteria, met de beperking(en) van kandidaten als gevolg van een handicap of chronische ziekte. Daarmee is het opvoeren van een plicht om de wet na te leven geen legitiem doel" (R.o. 6.8).

Het tweede doel is het gelijk behandelen van kandidaten. Het doel is weliswaar legitiem, maar het middel is niet geschikt:

  • "Het gaat in casu [...] niet om formele gelijkheid, maar om het bereiken van materiële gelijkheid. Met het oog op materiële gelijkheid is differentiatie bij ongelijke gevallen juist geboden zodat gelijke behandeling kan worden gerealiseerd." "Het College is derhalve van oordeel dat het middel van het onconditioneel als uitgangspunt nemen van een eindcijfer van een vooropleiding niet geschikt is om het doel te bereiken" (R.o. 6.9).


Kandidaten met de grootste succes op studiesucces selecteren is een legitiem doel, maar ten aanzien van subsidiariteit en proportionaliteit:

  • "Verweerster heeft immers niet aannemelijk gemaakt dat haar doel, gelet op de specifieke situatie van verzoeker, niet ook op een minder onderscheidmakende manier bereikt had kunnen worden" (R.o. 6.12).

  • "Verzoeker heeft ondanks dat hij de toelatingstoets met uitstekend resultaat heeft gemaakt, iets dat ook onderstreept dat hij competitief kan zijn zodra er rekening wordt gehouden met zijn beperkingen, een zeer ongunstig rangnummer gekregen vanwege ongecorrigeerde weging van resultaten die in het verleden zijn behaald en die zijn beïnvloed door zijn beperkingen. Hij maakt hierdoor vrijwel geen kans om te worden geselecteerd. In het licht van het voorgaande acht het College het belang van verzoeker op gelijke behandeling bij de selectie groter dan het belang van verweerster om voor alle kandidaten exact identieke selectiecriteria te hanteren om daarmee de kans op studiesucces te meten" (R.o. 6.13).

In geval van het toelatingsbeleid van de VU bestaat er geen wettelijke uitzondering op het maken van indirect onderscheid, derhalve is het onderscheid verboden.


Maatregelen VU

Op 29 april 2021 heeft de Vrije Universiteit teruggekoppeld welke maatregelen genomen zullen worden naar aanleiding van het oordeel. Het heeft meegedeeld dat de selectieprocedure voor criminologie aangepast zal worden! Welke aanpassingen het zijn is nog niet bekend. Uiteraard zal ik bij de volgende selectie controleren welke stappen zijn genomen.